Academische Rijkunst

Wat is Academische rijkunst?

Je paard academisch opleiden betekent allereerst oog hebben voor het fysieke en mentale welzijn van je paard. Alle dressuur alleen gebruiken om je paard mentaal en fysiek te verbeteren, zodat het dier samen met jou als ruiter wil en kan werken. We gebruiken het paard dus niet voor het reproduceren van een zeker plaatje of kunstje. Dit betekent dat we elke oefening een logische plaats geven in een trainingsopbouw, zodat de oefening als doel heeft je paard geleidelijk aan sterker te maken en andere oefeningen hier logisch op kunnen volgen. Pas wanneer dit zuiver wordt uitgevoerd kan er sprake zijn van rijkunst, omdat het paard dan geen trucjes heeft geleerd of wordt overvraagd, maar zuivere bewegingen kan maken die biomechanisch kloppend zijn. Een paard wat op deze manier wordt opgeleid loopt minder kans op overbelasting, slijtage en andere blessures en wordt over het algemeen gezond oud.

Academische rijkunst is dus: Nadenken over het hoe en waarom van een bepaalde oefening! Hoe voeren we de oefening uit met het gunstigste effect voor het paard? Waarom deed men deze oefening vroeger? En: Waarom doen we dit nu? Deze opleiding van mens en paard vormt de basis voor de Academische Rijkunst, maar ook voor alle andere manieren van rijden!

Academische rijkunst is dus: Nadenken over het hoe en waarom van een bepaalde oefening! Hoe voeren we de oefening uit met het gunstigste effect voor het paard? Waarom deed men deze oefening vroeger? En: Waarom doen we dit nu? Deze opleiding van mens en paard vormt de basis voor de Academische Rijkunst, maar ook voor alle andere manieren van rijden!

Geschiedenis van de Academische Rijkunst

De klassieke rijkunst richtte zich van oorsprong op het opleiden van een gebruikspaard; onder andere voor oorlogsvoering en stieren hoeden. Van een goed opgeleid paard werd verwacht dat het op de plaats scherpe wendingen kon uitvoeren, alsmede bepaalde manouvres ter aanval en verdediging. Subtiel contact met de ruiter, verzameling en kunnen reageren op zithulpen waren onontbeerlijk. Was een ruiter niet in staat zijn paard zodanig op te leiden, dan was de natuurlijke selectie onverbiddelijk; een dergelijke combinatie bleef niet lang staande in oorlog of oog in oog met een woest beest. Logischerwijs werden dus de beste ruiters en paarden geselecteerd.

De basisopleiding van een dergelijk klassiek opgeleid paard nam al gauw 6-8 jaar in beslag, en de opleiding van een ruiter nog langer. Een ruiter kreeg vaak eerst jarenlang zitles op een hoog opgeleid paard voordat deze ruiter zelfstandig ging rijden. Hierdoor ontwikkelden deze ruiters een enorm verfijnd ruitergevoel.

De opleiding van oorlogspaarden werd gedaan door een speciale paardentrainer, die hier jaren tijd en aandacht in investeerde en de beste paarden selecteerde voor de eigenaren. Oorlogsvoering te paard was dan ook een kostbare zaak die alleen voor de elite toegankelijk was.

Toen de noodzaak van opgeleide oorlogspaarden verdween, bleef de klassieke rijkunst over als een kunstuiting en een manier voor rijke burgers en officieren om zich aan publiek te tonen. In de afgelopen 100-150 jaar is er een belangrijke verschuiving opgetreden in ons leven met paarden. Tegenwoordig groeien de meeste mensen niet meer op met paarden, en we hebben geen hogeschool paarden tot onze beschikking om op te leren rijden. We staan qua gevoel, ervaring en inzicht nu verder van deze dieren af dan vroeger. Dit heeft geleid tot een verlies aan kennis; we weten vaak niet meer precies hoe we met paarden moeten omgaan en hoe we deze moeten opleiden. Omdat onervaren mensen op onervaren paarden rijden zien we tegenwoordig veel problemen ontstaan die vroeger niet of veel minder voorkwamen. Een van de belangrijkste doelen van het Ridderschap van de Academische Rijkunst is om de kennis van vroeger weer toegankelijk te maken en te verspreiden onder paardeneigenaren.

De oude meesters

De Academische Rijkunst put uit de kennis van vele oude Meesters in de rijkunst:

Xenophon (430-354 v. Chr.)
Xenophon vocht bij de Griekse cavalerie in vele veldslagen. Hij schreef een boek over paardrijden, wat beschouwd wordt als het eerste rijkunstig werk in de geschiedenis. Hierin schreef hij onder andere: “Alleen met een wendbaar paard kan men ten strijde trekken en vechten”. Hij beschreef dan ook het gebruik van zijgangen in de training van gevechtspaarden.

Xenophon beschouwde het paard als partner, en waarschuwt in zijn boek voor overmatig straffen en wreedheid. Hij beschrijft in zijn werk het selecteren van het paard met het juiste karakter en temperament, zodat het dier fysiek en mentaal gezond kan blijven tijdens de training.

Middeleeuwen (400-1400)
Uit deze periode is weinig bekend over de opleiding van paarden. We kennen natuurlijk allemaal de ridders, en daar moeten geweldige ruiters tussen hebben gezeten. Ridders stamden uit adellijke families, en leidden zelf hun paarden op. Helaas is uit deze periode weinig op schrift bekend.

Pluvinel (1550-1620)
Toen het paard nog werd gebruikt als middel om oorlog te voeren was het doel (de vijand overwinnen en de oorlog overleven) belangrijker dan de weg (de opleiding van het paard). Het paard werd gezien als een wezen zonder ziel en zonder gevoel voor pijn. De dressuur was de basis voor de verdere scholing van de ruiter in o.a. wapentraining. Legers werden in deze tijd aangevoerd door de koning, die actief deelnam in de gevechten. Deze koningen werden opgeleid in de rijkunst door grote meesters. Pluvinel heeft diverse Franse koningen en hun paarden opgeleid, waaronder Lodewijk de 13e. Dit is terug te lezen in Pluvinels boek: L’instruction du Roy uit 1625.

Pluvinel is in de leer geweest bij Frederico Grisone in het huidige Napels. Grisone stichtte in 1532 de eerste rijacademie. Zijn trainingsmethoden waren soms zeer gewelddadig. Grisone noemt in zijn boek bijvoorbeeld het gebruik van brandende fakkels, krabbende katten en een scherp bit.

Toen Pluvinel in Frankrijk als meester werkte voor het Franse hof, bracht hij zijn eigen filosofie naar voren. Pluvinel was van mening dat een paard zachtaardig getraind moest worden. Hij vond dat mens eerst het paard moest begrijpen, voordat het paard de mens kon begrijpen! Het straffen van paarden gebeurde door de stem te verheffen. Met het gebruik van de zweep moest men spaarzaam omgaan. Na Xenophon was hij de eerste die dit inzicht in de psyche van een paard verwoordde. In zijn boek beschrijft hij dat wreedheid bij dieren totaal niet nodig is. De paarden werden bij hem niet ''gebroken'' en werden niet als ''dressuurmachines'' gebruikt. Pluvinel gebruikten zijn dressuur waarbij hij er vanuit ging dat paarden gevoelige wezens waren en geen object zonder ziel.

De La Guerniere (1688-1751)
In de barokketijd was een belangrijke oude meester Francois de Robichon de la Guerniere. In deze tijd werd de oorlogsvoering te paard minder belangrijk en de kunst belangrijker: recreatief rijden en paraderen. In deze tijd werd de weg belangrijker dan het doel. Rijden ‘pour plaisir’. Guerniere wordt beschouwd als een genie op het gebied van de rijkunst. In zijn boeken benadrukt hij het gebruik van losgelatenheid om moeilijkere oefeningen te kunnen uitoefenen. Hij werkt zeer methodisch en zonder geweld. Alle oefeningen moeten ontspannen zijn en zonder geweld bereikt worden.

Gustav Steinbrecht (1808-1885)
In de tijd van Steinbrecht werd er door de cavalerie gebruik gemaakt van volbloeden en warmbloeden, die heel snel moesten zijn op het slagveld vanwege het gebruik van het kanon. Met bracht meer voorwaartse beweging in het rijden; paarden moesten hun oficieren in tempo over het slagveld kunnen rijden. 1 op 1 gevechten te paard kwamen niet meer voor. Paarden hadden meer stuwkracht, terwijl ze ook in staat moesten zijn te verzamelen. Steinbrecht beschrijft in zijn boek dan ook oefeningen om het paard te gymnastiseren, waardoor deze paarden meer geschikt werden voor de dressuur, zonder de stuwkracht geheel teniet te doen. In Steinbrechts tijd begonnen onervaren ruiters op onervaren paarden te rijden, en hierop is Steinbrechts boek dan ook gericht. Ook ontwikkelde hij een trainingsmethode voor rekruten, om onderweg naar het slagveld (tijdens voorwaarts rijden) hun paard te trainen, door stelling, buiging en ondertreden. Hieruit stamt zijn beroemde zin “Richt uw paard recht en rijdt hem voorwaarts”. Steinbrecht is in onze tijd nog steeds de belangrijkste richtlijn voor de dressuur. Helaas wordt zijn stelling vaak verkeerd geinterpreteerd. Veel paarden worden met teveel stuwkracht naar voren gereden in een houding zonder stelling en buiging. Terwijl deze zin bedoelt: tijdens het voorwaarts gaan van de troepen kunnen de soldaten hun paard via schouderbinnenwaarts, travers, renvers e.d. de paarden richten zodat ze op het achterbeen komen en ze wendbaar en buigzaam worden.

Academische Rijkunst Nederland © 2018 info@academischerijkunstnederland.nl